De rechter kan onder het nieuwe procesrecht mondeling uitspraak doen. De wet bood die mogelijkheid al voor tussenuitspraken (art. 232 Rv), maar de regeling wordt nu uitgebreid naar einduitspraken (art. 30p nieuw Rv). De mondelinge uitspraak wordt neergelegd in een proces-verbaal dat binnen twee weken na de uitspraak naar partijen gestuurd moet worden.

De regeling van art. 30p nieuw Rv geldt voor alle procedures in eerste aanleg (vorderings- en verzoekzaken). In hoger beroep is art. 30p nieuw Rv echter niet onverkort van toepassing. Tussenuitspraken mogen steeds mondeling worden gedaan, ongeacht of het een vorderingszaak of een verzoekzaak is, maar voor einduitspraken geldt een beperking. In vorderingszaken mag alleen in kort geding mondeling uitspraak worden gedaan en dus niet in bodemzaken (art. 357 Rv). In verzoekzaken geldt deze beperking niet en mag in alle gevallen mondeling uitspraak worden gedaan.

In cassatie kan geen mondelinge uitspraak worden gedaan (art. 406 nieuw Rv). Datzelfde geldt voor procedures op de voet van art. 392 Rv (prejudiciële vragen aan de Hoge Raad), aldus art. 395 nieuw Rv.

De mogelijkheid tot het doen van mondelinge uitspraak bestaat overigens slechts indien alle partijen ter zitting zijn verschenen. De uitspraak vindt plaats tijdens of na de mondelinge behandeling, maar – zie art. 30p lid 1 nieuw Rv – nog wel ter zitting. Het is dus ook mogelijk dat de rechter na de behandeling de zitting even schorst en partijen vervolgens terugroept voor het doen van uitspraak (vgl. MvT 34 059 (KEI I), p. 76).

De mondelinge uitspraak wordt vastgelegd in een proces-verbaal (art. 30p lid 3 nieuw Rv). In afwijking van art. 230 nieuw Rv resp. 287 Rv (voorschriften voor uitspraken) kan in dit proces-verbaal worden volstaan met de beslissing en de gronden daarvan. Onduidelijk is overigens of onder ‘gronden van de beslissing’ in art. 30p lid 2 nieuw Rv tevens de feiten moeten worden begrepen (vgl. art. 230 lid 1 sub e Rv).

Een afschrift van het p-v moet binnen twee weken na de uitspraak naar partijen gestuurd worden. De termijn voor het instellen van een rechtsmiddel tegen de mondelinge uitspraak begint overigens wel te lopen op de dag van de mondelinge uitspraak (vgl. art. 339 lid 1 nieuw Rv).