Na inwerkingtreding van de KEI-wetgeving zal een procedure ingevolge art. 125 nieuw Rv aanhangig zijn met ingang van de dag waarop de procesinleiding is ingediend als bedoeld in art. 30a lid 1 nieuw Rv. Het tijdstip van aanhangigheid van een procedure zal dus na inwerkingtreding van de KEI-wetgeving veranderen ten opzichte van het huidige systeem. Volgens het huidige procesrecht is een procedure immers aanhangig vanaf de dag van dagvaarding, dus de dag waarop het exploot van dagvaarding is betekend door de deurwaarder.

De procesinleiding moet – uitzonderingen daargelaten – langs elektronische weg worden ingediend (art. 30c lid 1 nieuw Rv). Stukken en berichten die langs elektronische weg worden ingediend, gelden als ontvangen door de rechter, op het tijdstip waarop het stuk of het bericht het digitale systeem voor gegevensverwerking van de gerechten heeft bereikt (art. 30d lid 1 nieuw Rv). Na elke indiening langs elektronische weg ontvangt de indiener een ontvangstbevestiging in het digitale systeem voor gegevensverwerking.

Het tijdstip van aanhangigheid verschilt dus al naar gelang een verweerder wordt opgeroepen op grond van art. 112 nieuw Rv of via de route van art. 113 Rv. Indien wordt gekozen voor oproeping op grond van art. 112 nieuw Rv, dan dient de eiser eerst de procesinleiding in bij het gerecht. Nadat eiser vervolgens het oproepingsbericht ontvangt van het gerecht, kan hij dit bericht aan de verweerder laten betekenen of kan hij dit bericht op informele wijze laten bezorgen bij de verweerder. Indien voor deze route wordt gekozen, is het geding dus al aanhangig voordat de verweerder van de procedure op de hoogte is gesteld, namelijk met ingang van de dag waarop de procesinleiding is ingediend.

Indien gebruik wordt gemaakt van de route van art. 113 nieuw Rv, dan laat de eiser een oproepingsbericht aan de verweerder betekenen, waarna het betekende exploot ‘onverwijld’ bij het gerecht moet worden ingediend (art. 2.1.6 van het Landelijke procesreglement civiele zaken rechtbanken en gerechtshoven KEI stelt hiervoor een termijn van vijf dagen). Pas na de indiening van de procesinleiding is de procedure aanhangig. In deze situatie is de verweerder al van de procedure op de hoogte, voordat het geding aanhangig wordt gemaakt (zoals ook onder het huidige recht het geval is).

De aanhangigheid van een geding met ingang van de dag waarop de procesinleiding is ingediend, heeft als gevolg dat de eiser direct griffierecht zal zijn verschuldigd, óók in het geval als de procedure later wordt ingetrokken (zelfs in het geval er geen nadere proceshandelingen hebben plaatsgevonden).Art. 30a bepaalt dat vorderingen en verzoekschriften worden ingesteld door middel van een procesinleiding. De termen ‘dagvaarding’ en ‘verzoekschrift’ komen hiermee te vervallen. Het onderscheid tussen procedures betreffende vorderingen en verzoekschriften blijft als zodanig gehandhaafd. Deze procedures heten voortaan ‘vorderingsprocedures’ en ‘verzoekprocedures’ (art. 30a lid 2; MvT 34 059 (KEI I), p. 57).