Na ontvangst van de procesinleiding stuurt – in geval van een vorderingsprocedure – de griffier de eiser een oproepingsbericht (art. 111 lid 1 nieuw Rv). Dit oproepingsbericht wordt in principe automatisch gegenereerd en via het digitale systeem aan de eiser ter beschikking gesteld.

Alleen bij natuurlijke personen als eiser die niet digitaal procederen en niet door een rechtsbijstandverlener worden bijgestaan, zal volgens de memorie van toelichting het oproepingsbericht per post worden verzonden (MvT 34 059 (KEI I), p. 9).

Het oproepingsbericht bevat een aantal aanzeggingen die de eiser in de huidige dagvaardingsprocedure nog zelf in de dagvaarding moet opnemen: onder meer de wijze en het uiterste tijdstip van verschijnen in de procedure, de rechtsgevolgen (verstek) bij niet-verschijnen, de verschuldigdheid van griffierecht en de gevolgen (verstek) die intreden wanneer de verweerder het griffierecht niet (tijdig) betaalt.

De eiser moet het oproepingsbericht bij de verweerder bezorgen of aan hem laten betekenen, binnen twee weken na de indiening van de procesinleiding (art. 112 lid 1 nieuw Rv). Kiest eiser ervoor om de procesinleiding eerst te bezorgen/betekenen (de route van art. 113 nieuw Rv), dan wordt het oproepingsbericht opgesteld door de deurwaarder. Daarna dient eiser de procesinleiding nog in te dienen.

In een verzoekprocedure zorgt de rechter voor de oproeping van belanghebbenden (art. 272 nieuw Rv), op een door de rechter te bepalen wijze. Dat zal in de meeste gevallen een gewone (of eventueel: aangetekende) brief zijn.