Partijen kunnen getuigen en (partij)deskundigen meenemen naar de mondelinge behandeling (art. 30k lid 2 nieuw Rv), zonder dat daaraan voorafgaand door de rechter een bewijsopdracht is gegeven. De partij die getuigen of deskundigen mee naar de zitting wil nemen om ze daar – onder ede – te (laten) horen, dient uiterlijk tien dagen voor de zitting de namen van de getuigen aan de griffier en de wederpartij te melden (art. 170 nieuw Rv).

Wanneer de partij de namen van de getuigen of deskundigen (tijdig) heeft doorgegeven, wil dat nog niet zeggen dat zij ook daadwerkelijk worden gehoord. Voor het horen van de getuigen of deskundigen tijdens de zitting is voorafgaande toestemming van de rechter vereist (art. 30k lid 2 nieuw Rv). De toestemming kan ook tijdens de zitting worden verleend, waarbij de rechter het horen van de meegebrachte getuigen of deskundigen af kan laten hangen van het verloop van de zitting. Wanneer geen toestemming wordt verleend, kan alsnog een aparte zitting worden gehouden, nadat de rechter een van de partijen een bewijsopdracht heeft gegeven of een bevel tot deskundigenbericht heeft gelast.

Als de rechter wel toestemming verleent voor het horen van de meegebrachte getuige(n) en deze getuigen ook daadwerkelijk onder ede worden gehoord, dan heeft de wederpartij recht op contra-enquête. Deze partij zou dan de mogelijkheid moeten krijgen om de door hem gewenste getuigen te doen horen op de mondelinge behandeling of op een of meerdere latere zittingen. Een partij is niet verplicht om, zonder voorafgaande bewijsopdracht, (potentiële) getuigen of deskundigen mee te nemen naar de zitting.

Art. 30k lid 2 nieuw Rv is ook van toepassing op verzoekprocedures, tenzij de aard van de zaak zich daartegen verzet.