De KEI-wetgeving zal voor civiele zaken in vijf fasen (“Civiel 1.0″ t/m “Civiel 5.0”) worden ingevoerd. De voorlopige tijdlijn die op rechtspraak.nl is gepubliceerd, laat zien welke fasen worden onderscheiden. Invoering van de eerste fase is voorlopig voorzien voor het voorjaar van 2017. Medio 2019 zou de invoering voltooid moeten zijn. De invoering in bestuursrechtelijke zaken staat eveneens gepland voor het voorjaar van 2017.

Civiel 1.0 – Eerste aanleg (handelsvorderingen; verplichte procesvertegenwoordiging)

In het voorjaar van 2017 staat de uitrol van het digitale procederen voor vorderingsprocedures met verplichte procesvertegenwoordiging in eerste aanleg gepland (“Civiel 1.0”). De uitrol begint bij twee rechtbanken (Gelderland en Midden-Nederland), die sinds 1 november 2016 al experimenteren met een vrijwillige pilot.[1] In een later stadium volgt de landelijke uitrol bij alle rechtbanken.

De Hoge Raad – die een eigen digitaal platform ontwikkelt – heeft aangegeven tegelijk met “civiel 1.0” over te gaan op het digitale procederen.[2]

Civiel 2.0 – Hoger beroep (vorderingen)

De uitrol van het digitale procederen voor vorderingszaken in hoger beroep is voorlopig voorzien vanaf medio 2017. Ook hier wordt de landelijke uitrol voorafgegaan door de uitrol bij een pilotgerecht, vermoedelijk het Hof Arnhem-Leeuwarden.

Civiel 3.0 – Eerste aanleg (kantonvorderingen, dus zonder verplichte procesvertegenwoordiging)

De uitrol voor kantonvorderingen staat voorlopig gepland voor medio 2018, met ook hier eerst een kleinschalige pilot die na vijf maanden gevolgd wordt door de landelijke uitrol. Nadat voor vorderingsprocedures in kantonzaken het digitaal procederen is doorgevoerd, is dat verplicht voor rechtspersonen en professioneel gemachtigden. Natuurlijke personen die zonder vertegenwoordiging procederen, zijn niet verplicht dat digitaal te doen (zie hier).

Civiel 4.0 – Verzoekprocedures

Begin 2019 staat de uitrol van het digitaal procederen in verzoekprocedures gepland, met – opnieuw – eerst een kleinschalige pilot, gevolgd door de landelijke uitrol. Nadat “KEI” van toepassing is in de verzoekprocedures, kunnen ook gecombineerde procedures (vordering en verzoek in één) aanhangig worden gemaakt (zie hier).

Civiel 5.0 – Kort geding

Begin 2019 staat ook de uitrol (met eerst een pilot en daarna de landelijke uitrol) voor kortgedingzaken gepland.

Bestuur 1.0 en Bestuur 2.0

In bestuursrechtelijke zaken zal de wetgeving in twee fasen worden ingevoerd. De invoering van verplicht digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken (“Bestuur 1.0”) staat voorlopig gepland op vóór de zomer van 2017. Daarna volgen de overige bestuursrechtelijke zaken (“Bestuur 2.0”). Naar verwachting zal de landelijke invoering per een of meerdere zaakstromen plaatsvinden, na een vrijwillige pilotfase per zaakstroom (vreemdelingenzaken regulier, sociale zekerheid, belastingen, overige gemeentelijke bestuurszaken, Mulderberoepen).

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ontwikkelt een eigen portal en volgt de planning van De Rechtspraak.

[1] Update 1 december 2016: de vrijwillige pilotfase is verlengd (zie hier). Update 24 februari 2017: de invoering van verplicht digitaal procederen bij de pilotrechtbanken is uitgesteld (zie hier).

[2] Update 24 februari 2017: per 1 maart 2017 wordt digitaal procederen in vorderingszaken bij de Hoge Raad (vooruitlopend op de rechtbanken) al ingevoerd (zie hier).