Eén van de grote vernieuwingen die het wetsvoorstel teweegbrengt is de mogelijkheid – en voor de meeste procespartijen: de verplichting – om digitaal te procederen. Daartoe ontwikkelt de Raad voor de Rechtspraak een webportaal, als onderdeel van www.rechtspraak.nl, dat “Mijn Rechtspraak” zal gaan heten (eerder werd gesproken over “Mijn Zaak”). De Hoge Raad en de Raad van State ontwikkelen een eigen webportaal, dat voor de gebruiker niet wezenlijk zal verschillen van Mijn Rechtspraak. 

Mijn Rechtspraak zal fungeren als de digitale omgeving voor het verrichten van proceshandelingen en voor het verkrijgen van inzicht in de stand van de procedure. Mijn Rechtspraak vervangt in dit opzicht de (af te schaffen) civiele rol als volgsysteem in dagvaardingszaken. De mogelijkheid om in te loggen op Mijn Rechtspraak zal ook bestaan voor een partij die in rechte is betrokken, maar (nog) niet is verschenen. Observeren van een zaak blijft in zoverre mogelijk.

Bij Algemene Maatregel van Bestuur zal worden bepaald hoe partijen en andere betrokkenen (advocaten, gemachtigden en deskundigen) zich in het digitale systeem van de gerechten kunnen identificeren (art. 30f nieuw Rv (nieuw)). Voor de burger gaat het om DigiD, voor rechtspersonen om eHerkenning. Advocaten zullen zich moeten identificeren met hun Advocatenpas. In geval van verplichte procesvertegenwoordiging zullen de autorisatievoorschriften regelen dat partijen wel een inzagerecht hebben, maar niet de mogelijkheid om proceshandelingen te verrichten.

Als een wijziging in “Mijn Rechtspraak” optreedt doordat een van partijen een stuk indient of de rechtbank een bericht plaatst, krijgen partijen hiervan in beginsel een elektronische notificatie.