Art. 30c nieuw Rv (nieuw) bepaalt dat processtukken in beginsel langs elektronische weg moeten worden ingediend bij de rechter (lid 1-2), op straffe van niet-ontvankelijkverklaring van eiser of verzoeker respectievelijk het buiten beschouwing laten van het processtuk in kwestie (lid 6-8). art. 8:36a Awb (nieuw) bepaalt dat het beroep en de overige stukken in beginsel langs elektronische weg moeten worden ingediend bij de rechter (lid 1-2), op straffe van niet-ontvankelijkheidverklaring van partij of andere betrokkenen respectievelijk het buiten beschouwing laten van het processtuk in kwestie (lid 5). Maar de verplichting tot digitaal procederen geldt niet voor iedereen.

Van de verplichting tot digitaal procederen zijn vrijgesteld natuurlijke personen en informele verenigingen die in persoon procederen, dus zonder bijstand van professionele rechtsbijstandverleners (Art. 30 lid 4 Rv (nieuw) respectievelijk art. 8:36b lid 1 Awb (nieuw)). Achterliggende gedachte is dat van deze groep personen en verenigingen niet op voorhand kan worden aangenomen dat zij via internet kunnen procederen.

Alle andere rechtszoekenden – rechtspersonen, bestuursorganen en alle partijen die zich in rechte laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener – zijn in beginsel verplicht tot digitale procesvoering. De rechter kan in concrete gevallen anders bepalen (Art. 30c lid 1 Rv (nieuw), respectievelijk art. 8:36a lid 6 Awb (nieuw)). Ook kunnen bij AMvB nadere uitzonderingen worden gemaakt (Art. 30c lid 4 Rv (nieuw), respectievelijk art. 8:36b lid 2 Awb (nieuw)). Deze AMvB is het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht. In art. 7 van dit Besluit worden ook ondernemingen en rechtspersonen die niet in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven uitgezonderd van de verplichting tot digitaal procederen, tenzij zij worden vertegenwoordigd door een derde die in Nederland verplicht is tot digitaal procederen.

In persoon procederende niet-professionele partijen voor wie de verplichting tot digitale procesvoering niet geldt, mogen uiteraard wel digitaal procederen. Hiertoe wordt een speciaal webformulier ontwikkeld, waarop de gronden van de vordering c.q. het verzoek en de relevante feiten op eenvoudige wijze kunnen worden ingevuld.