Art. 30n lid 1 nieuw Rv bevat een algemene regeling voor (het opmaken van) een proces-verbaal. Een proces-verbaal van de mondelinge behandeling wordt door de rechter opgemaakt indien hij dit ambtshalve of op verzoek van de partij die daarbij belang heeft, bepaalt. Een partij kan belang hebben bij het opmaken van een proces-verbaal indien partijen bijvoorbeeld bepaalde erkenningen hebben gedaan of vorderingen hebben ingetrokken. Ook wordt een proces-verbaal opgemaakt indien de appelrechter of de Hoge Raad daarom verzoekt. Wanneer bepaalde informatie reeds uit de overgelegde stukken blijkt, wordt daarvan geen proces-verbaal opgemaakt.

Het derde lid van art. 30n nieuw Rv bepaalt dat het proces-verbaal een zakelijke samenvatting is van het verhandelde ter zitting, waarbij het tweede lid van art. 30n nieuw Rv de gegevens beschrijft die het proces-verbaal in ieder geval dient te bevatten. Zo moeten in het proces-verbaal worden opgenomen de namen van de rechter of rechters die de zaak behandelt dan wel behandelen, de namen van de partijen en van hun procesvertegenwoordigers die ter zitting zijn verschenen en de op de mondelinge behandeling verschenen getuigen, deskundigen en tolken. Verder dient de rechter op grond van art. 30n lid 5 nieuw Rv het proces-verbaal te ondertekenen.

Art. 30n lid 4 nieuw Rv maakt het mogelijk om een volledige weergave van een onderdeel van de zitting in het proces-verbaal op te nemen. Het vierde lid ziet op het proces-verbaal van een partij-, getuigen- of deskundigenverklaring en bepaalt dat het proces-verbaal wordt voorgehouden aan de partij, getuige of deskundige. Dat het proces-verbaal wordt voorgehouden (en niet voorgelezen), maakt het mogelijk om het proces-verbaal bijvoorbeeld digitaal aan de partijen voor te leggen.

Het zevende lid van art. 30n nieuw Rv maakt tot slot mogelijk om het papieren proces-verbaal te vervangen door een door of namens de rechter gemaakte beeld- of geluidsopname van de zitting. Is het proces-verbaal inderdaad vervangen door zo’n beeld- of geluidsopname, dan moet dat proces-verbaal wel aan de eisen van artikel 30n lid 2 nieuw Rv voldoen, zodat de namen van de aanwezigen op de opname moeten zijn vastgelegd. Verder bepaalt de tweede zin van art. 30n lid 7 nieuw Rv dat het gerechtshof en de Hoge Raad kunnen verzoeken om het proces-verbaal alsnog op schrift uit te werken als het proces-verbaal een beeld- of geluidsopname betreft. Op die manier wordt voorkomen dat hogere rechters hele zittingen moeten terugkijken.

In art. 30n lid 8 nieuw Rv is tot slot bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden opgesteld over de beeld- of geluidsopnames.