De verplichting tot digitaal procederen brengt mee dat alle processtukken (en andere stukken voor of berichten aan de rechter) in beginsel langs elektronische weg moeten worden ingediend (art. 30c lid 1 Rv). De rechter kan anders bepalen (zie hier).

De partij die een stuk of bericht langs elektronische weg heeft ingediend, ontvangt daarvan een ontvangstbevestiging in het digitale systeem (art. 30d lid 1, laatste volzin, Rv). De wederpartij ontvangt – op het daartoe door hem opgegeven e-mailadres – een kennisgeving (‘notificatie’) dat een bericht in het digitale systeem is geplaatst (art. 30d lid 2 Rv).