In het bestuursrecht wordt al enige tijd op vrijwillige basis digitaal geprocedeerd in asiel- en bewaringszaken. Dat verloopt nog niet altijd vlekkeloos. Als de beroepsgronden niet tijdig worden ingediend, zal de rechter beoordelen of dat het gevolg is van een storing of falen van het systeem. De eerste uitspraken hierover zijn inmiddels verschenen. Op 31 maart 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State haar eerste uitspraak gedaan (ECLI:NLRVS:2017:888). Als het systeem geen ontvangstbevestiging verstuurt na het indienen van de gronden, zodat niet kan worden aangetoond dat de gronden tijdig zijn ingediend, dan komt dat niet voor rekening van de indiener en is het beroep ontvankelijk, aldus de Afdeling.

In Jurisprudentie voor Gemeenten is een annotatie op deze uitspraak verschenen van Irene van der Heijden (JG 2017/27). Hierin analyseert zij of de uitspraak strookt met de uitlatingen van de wetgever over termijnoverschrijding bij storingen en de bepalingen hierover in het recent verschenen Reglement inzake de toegang tot en het gebruik van het digitale systeem voor de gegevensverwerking van de gerechten (civiel recht en bestuursrecht) (Stcrt. 2017, nr. 15688). Dit reglement is ook van toepassing in zaken waarin vrijwillig digitaal wordt geprocedeerd. Tevens is ingegaan op twee eerder gepubliceerde uitspraken van rechtbanken die een andere toets hebben aangelegd dan die van de Afdeling.