Artikel 8:36a Awb (nieuw) bepaalt dat het beroep langs elektronische weg wordt ingesteld (lid 2). Ook verzoeken, verzetschriften en andere stukken moeten langs elektronische weg worden ingediend, zij het dat de rechter voor overige stukken een uitzondering kan maken (art. 8:36a lid 2). Degene die in weerwil van de verplichting toch op papier stukken indient, moet in de gelegenheid worden gesteld om dat verzuim te herstellen. Doet hij dat niet, dan kan de bestuursrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren of het stuk buiten beschouwing laten (art. 8:36a lid 5). De bestuursrechter kan echter ook besluiten dat de procedure op papier wordt voortgezet (art. 8:36a lid 6).

Degene die niet verplicht zijn om digitaal te procederen, mogen dat wel doen. In dat geval communiceert de rechter ook digitaal met deze partij.