Elektronische handtekening

Na inwerkingtreding van de KEI-wetgeving moeten (proces)stukken, voor zover ondertekening wettelijk is voorgeschreven, elektronisch worden ondertekend. In art. 30c lid 3 Rv (nieuw) en art. 8:36d lid 1 Awb (nieuw) is bepaald wat onder een elektronische handtekening moet worden verstaan: ‘een handtekening die bestaat uit elektronische gegevens die gehecht zijn aan of logisch verbonden zijn met andere elektronische gegevens en die worden gebruikt door de ondertekenaar om te ondertekenen’. Met deze definitie heeft de KEI-wetgever kennelijk aangesloten bij de nieuwe Europese Verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (Verordening 910/2014, die met ingang van 1 juli 2016 Richtlijn 1999/93/EG heeft vervangen). (meer…)

Procederen op papier

Uitgangspunt van de KEI-wetgeving is dat digitaal wordt geprocedeerd. Niettemin kan in een aantal gevallen toch nog (geheel of gedeeltelijk) op papier worden geprocedeerd. Dit is ten eerste het geval bij partijen die niet verplicht zijn tot digitaal procederen. Verder kan de rechter op grond van art. 30c lid 1 en 2 Rv (nieuw) en art. 8:36a lid 6 Awb (nieuw) bepalen dat stukken en andere proceshandelingen niet langs elektronische weg worden ingediend c.q. worden verricht. De rechter kan van deze bevoegdheid bijvoorbeeld gebruik maken bij de indiening van vertrouwelijke stukken (vgl. art. 8:29 Awb) of bij voorwerpen die ter griffie moeten worden gedeponeerd. (meer…)

Pels Rijcken brengt boek Kort begrip van KEI uit

Onangs verscheen het boek “Kort begrip van KEI” van de hand van Willem Heemskerk (bewerker van Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen van Nederlands burgerlijk procesrecht), Karlijn Teuben en Renee Wieringa, alle drie werkzaam bij Pels Rijcken. “Kort begrip van KEI” is een handzaam en praktisch boek bestemd voor de praktijkjurist en de rechtenstudent die zich tijdig op KEI willen voorbereiden. (meer…)

Digitaal procederen en buitenlandse procespartijen

Art. 7 van het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht bevat een uitzondering op de verplichting tot digitaal procederen voor ‘buitenlandse’ ondernemingen en rechtspersonen. Ondernemingen en rechtspersonen die niet (op grond van art. 5 en 6 Handelsregisterwet) in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven, zijn niet verplicht tot digitaal procederen, tenzij zij worden vertegenwoordigd door een derde (dit zal in de praktijk veelal een advocaat zijn) die in Nederland verplicht is tot digitaal procederen. Voor in het buitenland woonachtige natuurlijke personen geldt de algemene uitzondering van art. 30c lid 4 Rv (nieuw) en art. 8:36b lid 1 Awb (nieuw): natuurlijke personen zijn niet verplicht tot digitaal procederen, tenzij zij worden vertegenwoordigd door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. (meer…)

Verdwijnen van de rol en digitaal observeren van zaken

Het digitale systeem vervangt de rol als systeem waarmee (in vorderingszaken) het verloop van een procedure kan worden gevolgd. Via de rol (in de praktijk toegankelijk via de digitale roljournalen) kon voorheen het verloop van alle procedures – ook die tussen andere partijen – worden gevolgd. In het digitale systeem is dit niet langer mogelijk omdat partijen, dan wel hun procesvertegenwoordigers, slechts toegang hebben tot de gegevens van hun eigen zaak of zaken. (meer…)

Voor wie geldt de verplichting tot digitaal procederen?

Art. 30c nieuw Rv (nieuw) bepaalt dat processtukken in beginsel langs elektronische weg moeten worden ingediend bij de rechter (lid 1-2), op straffe van niet-ontvankelijkverklaring van eiser of verzoeker respectievelijk het buiten beschouwing laten van het processtuk in kwestie (lid 6-8). art. 8:36a Awb (nieuw) bepaalt dat het beroep en de overige stukken in beginsel langs elektronische weg moeten worden ingediend bij de rechter (lid 1-2), op straffe van niet-ontvankelijkheidverklaring van partij of andere betrokkenen respectievelijk het buiten beschouwing laten van het processtuk in kwestie (lid 5). Maar de verplichting tot digitaal procederen geldt niet voor iedereen. (meer…)