Procederen op papier

Uitgangspunt van de KEI-wetgeving is dat digitaal wordt geprocedeerd. Niettemin kan in een aantal gevallen toch nog (geheel of gedeeltelijk) op papier worden geprocedeerd. Dit is ten eerste het geval bij partijen die niet verplicht zijn tot digitaal procederen. Verder kan de rechter op grond van art. 30c lid 1 en 2 Rv (nieuw) en art. 8:36a lid 6 Awb (nieuw) bepalen dat stukken en andere proceshandelingen niet langs elektronische weg worden ingediend c.q. worden verricht. De rechter kan van deze bevoegdheid bijvoorbeeld gebruik maken bij de indiening van vertrouwelijke stukken (vgl. art. 8:29 Awb) of bij voorwerpen die ter griffie moeten worden gedeponeerd. (meer…)

Digitaal procederen en buitenlandse procespartijen

Art. 7 van het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht bevat een uitzondering op de verplichting tot digitaal procederen voor ‘buitenlandse’ ondernemingen en rechtspersonen. Ondernemingen en rechtspersonen die niet (op grond van art. 5 en 6 Handelsregisterwet) in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven, zijn niet verplicht tot digitaal procederen, tenzij zij worden vertegenwoordigd door een derde (dit zal in de praktijk veelal een advocaat zijn) die in Nederland verplicht is tot digitaal procederen. Voor in het buitenland woonachtige natuurlijke personen geldt de algemene uitzondering van art. 30c lid 4 Rv (nieuw) en art. 8:36b lid 1 Awb (nieuw): natuurlijke personen zijn niet verplicht tot digitaal procederen, tenzij zij worden vertegenwoordigd door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. (meer…)

Verdwijnen van de rol en digitaal observeren van zaken

Het digitale systeem vervangt de rol als systeem waarmee (in vorderingszaken) het verloop van een procedure kan worden gevolgd. Via de rol (in de praktijk toegankelijk via de digitale roljournalen) kon voorheen het verloop van alle procedures – ook die tussen andere partijen – worden gevolgd. In het digitale systeem is dit niet langer mogelijk omdat partijen, dan wel hun procesvertegenwoordigers, slechts toegang hebben tot de gegevens van hun eigen zaak of zaken. (meer…)

Het oproepingsbericht

Na ontvangst van de procesinleiding stuurt – in geval van een vorderingsprocedure – de griffier de eiser een oproepingsbericht (art. 111 lid 1 nieuw Rv). Dit oproepingsbericht wordt in principe automatisch gegenereerd en via het digitale systeem aan de eiser ter beschikking gesteld. (meer…)